Het Hoofd
Na het verlies van zijn vrouw raakt een man in een diepe crisis.
Hij raakt ervan overtuigd dat hij een vampier is en begint mensen te doden - en deels op te eten.
Wanneer hij de leden van een gezin begint te achtervolgen, hebben zij maar één kans...


,,Hij dronk eerst het lichaam leeg en nam toen het hoofd in zijn handen. (...) Hij stak de punt in de luchtpijp van het hoofd. Het hoofd bleef op de stok staan. Hij had altijd al van lollies gehouden.''

Het Hoofd
Een horror-verhaal door Hans van Zutphen
Geschreven 21 - 25 maart 1991

De man zat met zijn vrouw in de trein. Ze waren op weg naar huis, na een geslaagde vakantie. De koffers stonden in het bagagerek boven hun hoofd. Plotseling begonnen de remmen van de trein te piepen. Er klonk geschreeuw uit enkele coupés. Er stond een trein op de rails. De trein waar de man en de vrouw inzaten botste er achterop. Door de schok viel een van de koffers uit het bagagerek. De koffer viel op het hoofd van de vrouw. De man boog zich over zijn vrouw heen. Ze bloedde erg en reageerde nergens op. De man holde naar buiten en riep om hulp. Iemand die in de buurt woonde en het ongeluk had zien gebeuren had al een ambulance gebeld. De man had zijn vrouw al naar buiten gedragen zodat ze snel met de ambulance mee kon, toen de sirenes hoorbaar werden. De ambulance stopte en de vrouw werd ingeladen. De man reed ook in de ambulance mee. De vrouw overleed onderweg aan haar verwondingen. De man rende hysterisch gillend weg.

John en Fanny Black zaten in de auto. Ze hadden hun kinderen Jack en Helen thuisgelaten om er samen gezellig een dagje op uit te trekken. Ze waren inmiddels een kwartier onderweg. Fanny wilde net een opmerking maken over Johns rijsnelheid, toen een auto die voor hen reed afsloeg. John kon niet meer stoppen en gooide in paniek het stuur om, waardoor de auto de berm inreed. John sloeg met zijn hoofd tegen het stuur en raakte bewusteloos. Fanny sloeg tegen het raam aan maar bleef bij bewustzijn. Ze zei: ,,John, ben je in orde?''
John gaf geen antwoord. Ze boog zich over hem heen en schudde hem heen en weer, eerst zachtjes, daarna in paniek harder, tot John begon te kreunen. Even later kwam hij bij. ,,Wat is er gebeurd?'' vroeg hij.
    ,,We zijn de berm ingereden,'' antwoorde Fanny. ,,Hoe voel je je? Heb je niets gebroken?''
    ,,Nee,'' antwoordde John, hoewel hij zich niet bepaald goed voelde. Hij had hoofdpijn en voelde zich misselijk, maar hij wilde zijn vrouw niet ongerust maken. Hij zei: ,,Ga jij even de politie bellen? Ik blijf wel even hier wachten.''
    ,,O.k.'' zei Fanny, die wel doorhad dat haar man zich niet zo goed voelde als hij zei. ,,Daarginds is een huis, ik schat een goede honderd meter hiervandaan. Ik ben binnen een paar minuten terug. Weet je zeker dat ik geen ambulance hoef te bellen?''
    ,,Ik zei toch dat ik me goed voel? Ik blijf alleen maar hier om te kijken of de auto niet leeggestolen wordt. Oh, en bel ook even naar huis dat we waarschijnlijk wat later thuiskomen maar dat ze zich niet ongerust hoeven te maken.''
    ,,O.k. Tot zo!''
    ,,Tot zo!''
Fanny stapte uit de auto en liep door de berm in de richting van het huis. Ze liep de inrit in. Ze zag iets lichts op de inrit liggen en keek eens wat beter wat het was. Het leek op een hoofd. Ze liep er naartoe. Het wás een hoofd. Er zat een gat in de schedel die leeg was. Er lag een grote plas bloed omheen. In de wijd open gesperde ogen stond een angstige uitdrukking. Fanny gilde en rende in paniek weg, terug naar de auto.
    ,,Help! Jack! Help!''
    ,,Wat is er aan de hand?'' vroeg Jack.
    ,,Er ligt daar een hoofd?''
    ,,Ja, en?'' vroeg Jack, die zich nog steeds een beetje slap voelde.
    ,,Er zit geen lichaam aan!''
    ,,Wat? Nee, dat kan niet. Je hebt het je vast verbeeld. Het zal wel van de schok van het ongeluk komen.''
    ,,Nee, echt niet! Laten we hier weggaan!''
    ,,Ik zal wel even gaan kijken.''
    ,,Nee, blijf alsjeblieft hier! Ik ben bang!''
Jack probeerde zijn vrouw te kalmeren. Toen ze na enkele minuten wat rustiger werd, liet Jack haar alleen om zelf poolshoogte te gaan nemen. Hij liep naar het huis toe. Hij zag het hoofd vrijwel meteen. Het zag er vreselijk uit; de hersenen lagen er voor een deel nog omheen en de inrit was met bloed besmeurd. Jack draaide zich om en gaf over. Nu wordt de inrit nog smeriger, dacht hij wrang. Toen hij zich weer een beetje hersteld had, liep hij wat dichter naar het hoofd toe. Hij zag dat er voetsporen in het bloed stonden. Hij rende snel naar zijn vrouw terug, bang dat er een psychopatische moordenaar in de buurt rondliep. Fanny was opgelucht dat John weer terugkwam, maar toen ze zijn gezichtsuitdrukking zag begreep ze dat ze het zich niet verbeeld had. John zei: ,,We moeten hier snel weg! Ik denk dat er een moordenaar in de buurt is.''
    ,,Maar hoe komen we hier weg?'' vroeg Fanny. ,,De auto is kapot en we kunnen geen taxi bellen, er is geen bushalte in de buurt en liften is te gevaarlijk -- stel dat de moordenaar ons een lift zou geven om ons te kunnen vermoorden!''
Op dat moment zag ze een politiewagen komen aanrijden. Ze sprong de weg op en begon met haar handen te zwaaien. De auto reed de berm in en er stapte een agent uit.
    ,,Hallo daar! Iemand belde het bureau op dat hij onderweg een ongeluk had zien gebeuren. Is iedereen in orde?''
    ,,Ja, zei John, maar mijn vrouw heeft een hoofd gevonden toen ze naar dat huis daarginds wilde lopen. Het lag in de inrit!''
De agent, die nog niet lang bij de politie werkte en tot dan toe alleen nog maar op verkeersongelukken was afgestuurd, keek geschrokken. Hij zei: ,,Ik zal het doorgeven aan het bureau.'' Hij pakte de mobilofoon uit de auto.
    ,,Hallo, hier nummer 28. Ik ben bij het ongeluk waar ik naar toegestuurd ben, en de mensen die in de auto zaten beweren dat er in de inrit van een huis hier vlakbij een hoofd ligt! Wat moet ik doen? Over!''
    ,,Hallo 28, hier het hoofdbureau! Ga zelf kijken en meldt het ons als je meer weet!''
De agent trok een zuur gezicht en zei: ,,O.k. Over en sluiten.''
Hij vroeg John en Fanny of die bij hem in de auto wilden stappen zodat ze samen konden gaan kijken, veilig in de auto. John en Fanny stapten in en de agent startte de auto. Ze reden de weg op, in de richting van het huis. Ze reden de inrit in. John zei: ,,Stop! Daar ligt het!'' Hij wees naar het hoofd. Fanny tuurde ingespannen naar haar handen. De agent stapte uit en liep naar het hoofd toe. Hij keek even goed en wendde zich toen met een spierwit gezicht af. Hij rende terug naar de auto en zei: ,,Het is echt! Wat moet ik nou doen?''
John antwoorde: ,,Roep het hoofdbureau op en laat ze snel hierheen komen voor er nog meer slachtoffers vallen!'' Hij vertelde de agent over zijn vermoeden dat er een psychopatische moordenaar in de buurt rondliep. De agent riep het bureau op.
    ,,Het is echt!'' riep hij in zijn mobilofoon.
    ,,Hallo, wie is dat?''
    ,,Oh sorry, hier achtentwintig. Er ligt hier echt een hoofd!''
    ,,Hier hoofdbureau! Hebt u gecontroleerd of het echt is?''
    ,,Hier achtentwintig! Natuurlijk heb ik dat gecontroleerd! Er staan voetsporen omheen! Waarschijnlijk is er een psychopatische moordenaar bezig geweest, die elk moment weer toe kan slaan! Stuur zo snel mogelijk versterking!''
    ,,Hier hoofdbureau aan alle wagens! Ga zo snel mogelijk naar het volgende adres, er is daar waarschijnlijk een moord gepleegd! De moordenaar loopt nog vrij rond! Hallo 28, wat is het adres?''
De agent noemde het adres, dat daarna door het hoofdbureau herhaald werd. De agent zei: ,,We moeten hier blijven wachten tot er versterking is. Daarna breng ik u naar het bureau om de papieren te regelen en daarna wordt u naar huis gebracht. Ze kunnen hier binnen een paar minuten zijn.''

Op het bureau hoorden ze een uur later dat het hoofd was leeggezogen. De voetsporen waren opgenomen en het speeksel dat nog op de schedel en in de haren zat was naar een laboratorium gebracht. Het lichaam waar het hoofd blijkbaar afgescheurd was lag nog in het huis, ook met een plas bloed er omheen. Het bloed was uit het lichaam gezogen en het lichaam toonde sporen van zware mishandeling. Meer details wilde de politie in verband met het onderzoek nog niet kwijt.

Jack en Helen zaten naar de t.v. te kijken toen er een auto voor de deur stopte.
    ,,Daar zijn ze!'' zei Jack, en hij liep naar de deur toe. ,,Oh nee hè! Het is een politiewagen. Er zal toch niets gebeurd zijn!''
Tot zijn opluchting stapten zijn ouders uit de wagen. Er kwam een agent achter hen aan.
    ,,Wat is er gebeurd?'' vroeg Helen, die als eerste bij de deur was.
    ,,We hebben een ongeluk gehad,'' zei Fanny. Ze kon nog niet goed over het hoofd praten en wilde het niet aan haar kinderen vertellen. John, die dit niet in de gaten had, voegde eraan toe: ,,En toen hebben we een hoofd gevonden!''
    ,,Een hoofd?'' vroeg Jack.
    ,,Ja, een hoofd.''
    ,,Hoezo een hoofd?'' vroeg Helen. ,,Wat voor een hoofd?''
    ,,John,'' zei Fanny, ,,denk je dat het wel een goed idee is om het hun te vertellen?''
    ,,Ik denk dat wij het ze beter kunnen vertellen, dan horen ze het tenminste niet van een ander. Als er geruchten over ontstaan kan het alleen nog maar erger worden.''
    ,,O.k. dan, maar laat de details alsjeblieft weg.''
John vertelde hoe ze het hoofd hadden gevonden. Toen hij klaar was met vertellen zei de agent, die in de deuropening was blijven staan: ,,Ik raad u aan om iemand van uw familie op te bellen om hier vannacht te blijven slapen.''
    ,,Dat zullen we beslist doen,'' zei Fanny. Ze belde een broer van haar op en vertelde hem wat er gebeurd was. Daarna vroeg ze hem of hij met zijn vrouw bij hen wilde komen slapen. Hij stemde toe en een half uur later kwamen ze aan. Jack en Helen gingen naar bed. Beneden bleven John en Fanny nog even met de gasten doorpraten en gingen toen ook naar bed, vermoeid van alle gebeurtenissen van die dag. Ze zouden weinig slaap krijgen...

Vampie stond voor de spiegel. Hij was groot, stevig gebouwd en hij had tamelijk grote tanden. Enkele dagen geleden was zijn vrouw bij een treinongeluk omgekomen, maar dat wist hij niet meer. Hij wist alleen nog maar dat hij een vampier was en dat hij honger had. Het werd tijd om op jacht te gaan.

Bob Smith werd wakker. Hij wist even niet waar hij was, tot hij zich herinnerde dat hij bij zijn zus Fanny en haar man logeerde. Hij hoorde een geluid. Er werd beneden aan de deur gemorreld. Zachtjes sloop hij de trap af. De trap kraakte. Hij sloop naar de deur toe en vroeg: ,,Wie is daar?''
Jack werd wakker van een geluid. Hij hoorde de trap kraken, waarna hij zijn oom hoorde vragen: ,,Wie is daar?'' Daarna hoorde hij een vreselijk gekraak, een kreet die halfweg werd afgebroken, gejank van pijn, een doffe bons, gevolgd door geslurp. Daarna hoorde hij hard geklop, gevolgd door smakgeluiden. Toen hoorde hij weer iemand lopen, zo te horen een zwaar iemand, want de vloer kraakte. In ieder geval was het niet zijn oom. Toen realiseerde Jack zich dat het waarschijnlijk de moordenaar was van de man waarvan zijn ouders het hoofd hadden gevonden. Het gekraak zou het inbeuken van de deur kunnen zijn, de kreet het geluid dat zijn oom maakte toen hij dit zag gebeuren, de doffe bons het geluid van zijn hoofd dat op de grond viel, het geslurp het opdrinken van het bloed uit het lichaam, het geklop zou kunnen betekenen dat de moordenaar het hoofd van zijn oom op de grond sloeg om de schedel te breken en de smakgeluiden het eten van de hersenen, zoals hij weleens mensen in een restaurant mosselen had zien eten! De trap kraakte. De moordenaar kwam naar boven! Gelukkig deed Jack veel aan sport en had hij een honkbalknuppel op zijn kamer staan. Hij zocht naar de knuppel maar kon die niet vinden. De deur van zijn slaapkamer ging open. De moordenaar kwam op hem af. Toen vond jack de knuppel. Helaas lag de knuppel achter de moordenaar. Jack zou eerst langs de moordenaar moeten zien te komen om de knuppel te kunnen pakken. Hij probeerde onder de armen van de moordenaar door te springen. De moordenaar greep hem echter bij zijn benen. Jack kon net bij de knuppel en pakte die. Hij hield de knuppel boven zijn hoofd en vloog achterover overeind. Hij raakte de moordenaar die hem losliet. Jack stond op. De moordenaar kwam woedend grommend op hem af. Jack sloeg... en raakte de moordenaar recht op zijn gezicht. De moordenaar voelde zich slap worden en sprong door het raam naar buiten. Jack rende naar zijn ouders toe, die ook wakker waren geworden maar hun kamer niet uitdurfden, en vertelde hun wat er gebeurd was. Samen liepen ze naar de kamer van Helen toe om te kijken of die in orde was. Ze sliep nog. Ze maakten haar wakker en liepen met z'n vieren naar de kamer van Bob en Anne, zijn vrouw, toe. Anne sliep nog maar Bob was weg. John zei tegen zijn vrouw: ,,Jij, Helen en Jack blijven hier terwijl ik beneden ga kijken wat er gebeurd is.'' Hij liep naar beneden. De hele kamer zat onder de bloedspatten, met vlak bij het hoofd een restje hersenen. John liep misselijk en met een spierwit gezicht terug naar boven. ,,Bob is dood,'' zei hij. Anne werd wakker gemaakt. Toen ze hoorde wat er gebeurd was, begon ze vreselijk te huilen. Ze wilde beneden gaan kijken, maar John hield haar tegen. ,,Hij ziet er echt vreselijk uit,'' zei hij. Ook Fanny, Jack en Helen begonnen te huilen en ook John kon zich niet meer goed houden. Toen een kwartier later het gehuil wat was afgenomen -- alleen Anne huilde nog -- ging Jack, die een vreemde geur rook, eens kijken waar die vandaan kwam. Hij deed de deur open en schrok vreselijk.

Vampie, die toch al wat verslapt was, raakte bewusteloos toen hij de grond raakte. Even later kwam hij weer bij. Hij was woedend! Die jongen die hem had neergeslagen moest dood! En er was maar één manier om dat te doen! Hij ging op zoek.

Jack zag dat de overloop in brand stond. Het was onmogelijk om via de overloop het huis te verlaten. Op dat moment begon Helen te schreeuwen. Vlak voor haar voeten zat een spleet in de vloer, en daar kwam een vlam doorheen. De vloerbedekking vloog in brand. Jack riep dat ze door het raam naar buiten moesten springen. Fanny sprong als eerste. Ze kwam hard op de grond terecht maar kon door door te veren de schok breken. Voor Helen gold hetzelfde, maar Anne was nog te afwezig en brak haar rechterbeen. Ze begon nog harder te janken. Jack en John kwamen wel goed terecht. Fanny liep naar het huis van de buren toe om de brandweer op te bellen. Vlak nadat ze aangebeld had begon Helen te gillen. De moordenaar had haar benen vast en probeerde haar mee te slepen. Jack en John pakten haar handen vast en probeerden haar terug te trekken, maar de moordenaar was te sterk. Fanny rende naar Helen toe, zag hoe de situatie in elkaar zat en begon op de nek van de moordenaar te slaan. Deze reageerde er nauwelijks op. Toen zag Fanny een dik stuk tak liggen. Ze sloeg ermee op het hoofd van de moordenaar. Hij liet Helen los en sprong bovenop Fanny. Toen gaf John hem dol van woede zó'n harde klap dat de moordenaar ineenzakte. Hij bond de handen van de moordenaar met een lang stuk touw op diens rug aan elkaar vast, bond zijn benen ook vast en sleepte hem toen samen met Jack en Fanny naar de weg toe. Op dat moment arriveerde de eerste brandweerwagen. Er stapten enkele brandweerlieden uit, maar ze zagen al gauw dat er niets meer te redden viel. Daarna stopte er een politiewagen. Jack droeg de moordenaar aan de agenten die uitstapten over. De agenten reden weer terug naar het bureau. Er kwamen nog enkele brandweerwagens aan, en de volgende morgen was de brand geblust. Van het huis was niets anders over dan as. John belde de politie op om te vragen of de gevangene nog iets gezegd had. Even later legde hij met een spierwit gezicht de hoorn weer op de haak.

Vampie was woedend. De jongen leefde nog en hij zat in de gevangenis! Bovendien had hij honger. Toen hij 's morgens voedsel kreeg, kreeg hij een idee. Het was normaal mensenvoedsel. Een vampier kon daar niet goed tegen. Hij at er een klein beetje van tot hij zich misselijk begon te voelen. Hij begon te kreunen en wenkte een bewaker. De bewaker vroeg wat er mis was maar hij bleef buiten de deur staan. Toen begon Vampie over te geven. De bewaker geloofde nu wel dat hij ziek was en opende de deur van de cel. Hij kwam binnen. Toen hij dicht genoeg bij Vampie was sprong die overeind en onthoofde de bewaker met één klap. Hij dronk eerst het lichaam leeg en nam toen het hoofd in zijn handen. Hij liep de cel uit en klemde het hoofd tussen de deur en de muur. Hij gaf een harde schop tegen de deur en de schedel brak. De hersenen vielen naar beneden. Vampie vond een lange stok met een spitse punt. Hij stak de punt in de luchtpijp van het hoofd. Het hoofd bleef op de stok staan. Vampie had altijd al van lollies gehouden.

Nadat hij nog een trimster had leeggedronken en haar hersenen had opgegeten, begaf Vampie zich naar de plek waar het huis van de familie Black had gestaan. Hij genoot van het feit dat het huis helemaal met de grond gelijk was gemaakt, maar hij wist nu niet waar hij het gezin kon vinden. Toevallig kwam er net een buurvrouw naar buiten. Vampie rende naar haar toe en pakte haar stevig vast. Hij kon niet gewoon vragen waar de Blacks waren gebleven omdat zijn kleding helemaal onder het bloed zat. Hij siste de vrouw in het oor: ,,Waar zijn de Blacks?'' De vrouw zei niets. Vampie pakte haar nog steviger vast.
    ,,Je kunt kiezen: of jij dood of de Blacks dood!''
De vrouw was doodsbang, maar ze wilde niet dat de Blacks door dit monster vermoord zouden worden. Ze noemde daarom een ander adres. Toen sloeg hij haar dood.

Vampie ging naar het adres dat de vrouw genoemd had toe. Hij klopte op de deur. Een klein jongetje opende de deur. Toen hij de bebloede Vampie zag staan, slaakte hij een kreet en gooide hij de deur dicht. Hij rende het huis in. Vampie beukte de deur in en liep achter hem aan. De eerste persoon die hij tegenkwam was een oude man. Hij onthoofde hem en liep het jongetje achterna. Het jongetje vluchtte een ander vertrek binnen en deed de deur op slot. Het was een dikke, eikenhouten deur. Vampie hoorde dat het jongetje begon te huilen. Hij gooide zich tegen de deur, maar die gaf niet mee. Hij probeerde nog een paar keer de deur in te beuken, maar moest het tot zijn teleurstelling opgeven. Hij ging terug naar het huis waar de buurvrouw van de Blacks uitgekomen was. Hij beukte de deur in, vermoordde de man van de vermoorde vrouw en ging op zoek naar het nieuwe adres van de Blacks. Het stond op een briefje dat bij de telefoon lag. Vampie wist waar het was. Hij ging op weg...

De gemeente had de familie Black toestemming verleend om tijdelijk in een leegstaand huis te gaan wonen. De familie vond dit een goed idee en ging erop in. Omdat de Blacks zich niet bepaald veilig voelden, werd besloten dat John een geweer zou gaan kopen.
John verliet het huis en liep naar een winkel toe waarvan hij wist dat er wapens verkocht werden.
Fanny wilde eten gaan klaar maken. Omdat er niets in huis was, moest ze eerst boodschappen gaan doen. Ze verliet het huis en ging naar de supermarkt toe.
Jack vond in het huis een boek over vampiers en begon erin te lezen.

VAMPIER: Wezen dat ontstaat uit een mens doordat deze door een andere vampier gebeten wordt. Vampiers voeden zich met menselijk bloed en soms ook met hersenen. Ze zijn erg sterk en hebben meestal grote tanden.
Vampiers teisteren al lange tijd de mensheid. De enige manier om een vampier te vernietigen is het uitspreken van de volgende woorden:

,Vampier, p...

De rest van het boek was onleesbaar. Jack liep met het boek naar Helen toe en zei: ,,Kijk eens wat ik gevonden heb!''
Helen keek in het boek en zei: ,,Hé, die tekst ken ik ergens van! Dat is de tekst van een heel oud boek! Het is door de Romeinen geschreven, maar het is later vertaald.'' Ze dacht even na en herinnerde zich de tekst. Jack schreef de tekst op.
    ,,Ik geloof niet in vampiers,'' legde hij uit, ,,maar ik denk dat die vent denkt dat hij een vampier is, dus misschien kunnen we hem hiermee stoppen.''
John koos een geweer uit en verliet de winkel. Hij liep met het geweer onder zijn arm terug naar huis.
Fanny ging de supermarkt binnen.
Jack en Helen hoorden ineens een luid gekraak in de hal. ,,Kom mee!'' riep Jack, en samen renden ze naar de andere kant van het huis.
Vampie beukte de deur in. Hij hoorde de jongen roepen: ,,Kom mee!'' Daarna hoorde hij enkele personen rennen. Hij liep naar de plek waar het geluid vandaan kwam.
Jack en Helen drukten zich tegen de muur. De deur ging open. De moordenaar kwam binnen. Jack pakte het blad waar de woorden opstonden waarmee een vampier vernietigd kon worden en las de woorden voor.
Vampie kwam het vertrek binnen en hoorde de woorden waarmee hij vernietigd kon worden. Gelukkig had de jongen niet in de gaten dat deze woorden alleen in het Latijn echt dodelijk voor hem waren. Hij stortte ineen en kroop jankend het huis uit.

    ,,Ik weet het!'' riep Jack. ,,De woorden moeten in het Latijn worden opgelezen! Dan gaat hij echt dood!''
    ,,Ja,'' antwoordde Helen, ,,maar hoe komen we aan een Latijnse vertaling?''
    ,,We gaan naar de bibliotheek,'' zei Jack, ,,en we vragen of ze een origineel van dat oude boek hebben.''
Er klonken voetstappen in de hal. Iemand rende door het huis heen! Jack en Helen konden niet weg. Ze hadden echter geluk; het was John die thuiskwam.
    ,,Zijn jullie in orde?'' vroeg hij aan Jack en Helen. ,,Is die vent nou alweer bezig geweest?''
    ,,Op beide vragen is het antwoord: ja. Maar nu weten we, hoe we hem kunnen verslaan! We moeten deze woorden in het Latijn oplezen.''
Hij liet het blad waarop hij de woorden geschreven had, zien. John zei: ,,Als Fanny terug is, gaan we samen naar de bibliotheek. We halen het boek, en als die vent terugkomt lezen we de woorden voor. En als het niet werkt, dan heb ik nog altijd mijn geweer!''

Inmiddels had Vampie op straat een krant gevonden. In de krant stond een artikel over de brand die hij gesticht had. In het artikel stond ook dat Anne haar been had gebroken en in het ziekenhuis was opgenomen. Aangezien hij de Blacks niet gemakkelijk rechtstreeks kon treffen, besloot hij om Anne te doden.
Dokter Hurt liep naar zijn auto toe om naar huis te gaan. Hij had een drukke dag achter de rug -- hij werkte in het ziekenhuis -- en wilde gaan uitrusten. Er stond iemand met bebloede kleding tegen zijn auto aangeleund, alsof hij elk moment ineen kon zakken. Hurt liep snel naar de man toe en vroeg: ,,Bent u in orde? Zal ik u even naar binnen brengen?''
De man pakte de arts en gooide hem in zijn auto. Hij doodde hem door hem vaak schillende keren hard tegen het hoofd te schoppen; er mocht geen bloed op de kleding van de arts komen. Toen de arts dood was deed verwisselde Vampie met hem van kleding. Hij zocht een schuilplaats op en ging slapen.

Anne lag alleen op een kamer. Het was bezoekuur, maar ze verwachtte geen bezoek: haar man was dood en haar familie had het te druk met de moordenaar. Ze keek dan ook verbaasd op toen de deur toch open ging.
Vampie liep het ziekenhuis binnen en vroeg aan de balie op welke kamer Anne Smith lag. Hij ging naar haar kamer toe en opende de deur. Hij zag Anne.

Anne zag eerst niet dat de man die haar kamer was binnengekomen de moordenaar was. Toen ze het toch zag drukte ze op het knopje langs haar bed waarmee ze een zuster kon roepen, maar het was al te laat.

Zuster Rough zag dat Anne op het knopje had gedrukt en liep naar haar kamer toe. Ze zag in de verte iemand met bebloede kleding weglopen. Ze opende de deur. Ze kreeg een hartaanval.

Dave Illness, een patient die op dezelfde afdeling lag, drukte even later ook op het knopje om een zuster te roepen. Na twee minuten gewacht te hebben, drukte hij nog een keer. Vijf minuten later ging hij beneden naar balie en vroeg waarom er niet werd geantwoord op zijn gebel. Een zuster liep met hem mee. Zij kon de verdwenen zuster ook niet vinden en besloot de kamers langs te gaan. In de eerste kamer was er niets te zien. In de tweede kamer ook niet, maar in de derde kamer, de kamer waarin Anne lag, wel. De zuster zag de verdwenen zuster dood in de deuropening liggen. In het bed, dat rood was van het bloed, lag een lijk zonder hoofd. Het hoofd lag op het kastje naast het bed. De zuster vluchtte de kamer uit.

Vampie had geen tijd gehad om het lijk leeg te drinken en de hersenen op te eten omdat Anne op het knopje had gedrukt. Gelukkig voor hem lag het lijk van de arts die hij gisteren had vermoord nog in zijn auto. Vampie begon te eten.

De Blacks zaten weer thuis. Ze waren naar de bibliotheek gegaan en hadden een boek gehaald waar de woorden in het Latijn instonden. Het was een tamelijk lange tekst, die zo moest worden opgelezen dat de vampier de hele tekst hoorde. De Blacks besloten te wachten tot de vampier zou komen opdagen, om hem dan in een hoek te lokken en de tekst voor te lezen.

Vampie liep naar het huis van de Blacks toe. Hij haatte de Blacks inmiddels verschrikkelijk. Omdat hij bang was dat de Blacks weer gebruik zouden maken van de tekst, of er misschien zelfs achter gekomen waren dat de tekst in het Latijn opgelezen moest worden, keek hij eerst door het raam naar binnen. Hij zag een boek liggen met de titel `Vampiers'. De ondertitel luidde: `Een bespreking van het Romeinse ``Vampierboek''.' Vampie, die dacht dat het boek waarschijnlijk de Latijnse versie van de tekst zou bevatten, wilde het boek vernietigen voordat hij opnieuw zou aanvallen.

Jack zei dat het een beter idee was om het boek ergens neer te leggen waar de vampier het niet meteen zag. Het boek werd in een andere kamer gelegd. Een paar uur later dacht John een geluid te horen in deze kamer. Hij liep naar de deur toe, opende die en zag dat het boek verdwenen was.

Vampie brak het raam open en pakte het boek van tafel. Hij nam het boek onder zijn arm en liep naar de voordeur.

John sloeg alarm. ,,Het boek is weg!'' riep hij. ,,Gelukkig staat mijn geweer hier!''

Vampie beukte grinnikend de deur in. De Blacks zouden niet lang meer leven! Hij liep met het boek onder zijn arm naar de kamer waar de Blacks zaten en deed de deur open. Hij keek in een geweerloop.

John, die de deur zag opengaan, richtte zijn geweer. Hij spande het en haalde de trekker over. Er klonk een scherpe klik. Hij haalde de trekker nog eens over en weer klonk er een scherpe klik. Hij was vergeten kogels te kopen.
Vampie grinnikte weer en liet het boek zien. Hij gooide het uit het raam. Het verdween tussen de struiken.

Jack zocht in zijn zakken of hij de vertaalde tekst kon vinden om de vampier tenminste tijdelijk uit te schakelen, zodat hij het boek kon gaan zoeken. Hij kon de tekst niet vinden.

Vampie kwam op Jack af. Jack herinnerde zich dat Helen de tekst kende!
    ,,Helen,'' riep hij, ,,jij kent de tekst uit je hoofd! Zeg het, snel!''
Helen kon zich de tekst echter niet meteen herinneren.

Toen Vampie hoorde dat Helen de tekst uit haar hoofd kende besloot hij met haar te beginnen. Hij veranderde van richting.

Jack riep: ,,Snel! Het begint met: ,Vampier p'!''
Helen herinnerde zich de tekst weer en begon die snel op te zeggen.

Vampie schrompelde ineen. Hij was te laat! Maar hij had nog niet verloren! Door deze tekst zou hij niet sterven, en het boek lag buiten onder de struiken. Hij moest Helen haar mond laten houden. Voor zijn hoofd stond een zware vaas.

Fanny zag dat de moordenaar de vaas naar Helen wilde gooien en riep: ,,Helen, kijk uit!''

Helen zag de vaas op zich afkomen.

Intussen was Jack door het raam naar buiten geklommen en zocht het boek in de struiken.

De vaas raakte Helen midden op haar gezicht. Helen viel buiten bewustzijn op de grond.

Jack zag het boek liggen, maar alle vellen waren eruit gevallen. Hij begon tussen de bladeren door te kruipen om het juiste blad te vinden.

Vampie voelde zijn krachten weer terugkomen. Hij kwam langzaam en wankelend overeind.

Eindelijk vond Jack het juiste blad. Hij riep: ,,Ik heb het!'' Hij wilde weer door het raam naar binnen klimmen, maar de moordenaar sloeg het raam voor zijn neus dicht.

Fanny was naar Helen toegelopen en pakte de zware vaas op. Ze gooide hem naar Vampies hoofd. Vampie ving de vaas op.

Jack rende door de voordeur naar binnen. Toen hij achter Vampie stond begon hij te lezen.

Vampie, die natuurlijk geen echte vampier was, zou deze woorden eigenlijk zonder problemen moeten kunnen overleven. Het instorten, toen hij de vertaalde woorden hoorde, had een psychische oorsprong. Hij schrok echter zó van het feit dat Jack de Latijnse woorden voorlas, dat hij een hartaanval kreeg. Hij overleed.

Een jaar later. De verzekering had de Blacks genoeg geld gegeven om hun oude huis weer op te bouwen. De Blacks woonden alweer enkele maanden in hun nieuwe huis. Er waren enkele kleinigheden in het huis veranderd ten opzichte van voor de brand. Er waren andere gordijnen en alle slijtages, barsten in muren en dergelijke waren er niet meer. Helen had eerst nog wat schrammen op haar gezicht van de vaas, maar die waren inmiddels verdwenen. Jack en Helen hadden de eerste weken nogal eens nachtmerries, maar die verdwenen ook snel. Vampie was begraven. Het enige merkbare verschil dat bleef was dat Jack geen boeken over vampiers meer las. Hij hield het voortaan, net als zijn zus, op detectives.

U bent bezoeker sinds 15 april 1999!

Deze pagina wordt onderhouden door Hans van Zutphen. Mail uw reacties naar hethoofd@hansvanzutphen.com.
Niet-commerciële verspreiding van deze tekst is toegestaan, mits in ongewijzigde vorm en met duidelijke vermelding van de auteur. Neem voor commerciëel gebruik contact op.

Noot: Zoals aan de schrijfstijl wel te zien is was ik toen ik dit verhaal schreef 16. Als ik nog eens een verhaal zou schrijven, zou ik het inmiddels heel anders doen. Maar ik verveel me niet genoeg om er aan te beginnen :-)